Tot de nok

We gaan daar eerlijk in zijn. We moeten niemand wijsmaken dat ik een eeuwige twijfelaar ben. Dus toen ik ineens dacht; “hé, maar, als we nu een stukje van de zolder ineens mee renoveren, dan moeten we niet afbreken op onze mooie vloer binnenkort als die er ligt!”

Toen ik dat tegen Janice vertelde, knikte ze instemmend. En daarmee opende een nieuw hoofdstuk. Het zat al lang in ons hoofd. We hebben een klein kamertje in de hal dat uitkomt op een eerste zolder. Onze architect prevelde sinds het begin dat we het plafond in het kleine kamertje uit moesten breken zodat we een mezzanine met de zolder zouden krijgen. Leek ons wel een puik plan. En ik breek graag, dus ik ging weer een mooie dag tegemoet met meneer koevoet. 

0
Vloerjacht

Toen we het huis kochten, was ik (na de eerste euforie van vijf minuten en daarna een continue panische angst van drie weken) in constante twijfel over de vloer.

That’s right. We hadden een huis gekocht en naar mijn idee kon daar na twee maanden vloer in. Dus dan moesten we zéker al nù naar vloer gaan kijken. Wat ik toen nog niet wist was dat we zo’n maand niet zouden beschikken over een achtergevel, een pak miserie zou krijgen met onze sanitair en dat de droogtijd van plakwerk wel even duurt. En gek genoeg bracht dat ons tot een rustige rede: er moesten nog geen beslissingen gemaakt worden inzake de afwerking.

Maar onze achtergevel is dicht. We hebben werkende toiletten. Zelfs stromend warm water. En als klap op de vuurpijl hebben we zelfs, I kid you not, ver-war-ming. Echt waar. Het is heerlijk. Hij verwarmt niet alleen liefdevol onze pleisterwerkmuren (drogen, bitches!) maar hij geeft ook al een gezellig sfeertje mee wanneer we werken in het huis.

0
De mooiste muren

Drie weken verder. De zon schijnt en mijn handen hangen stiekem vol witte verf terwijl ik dit typ. Ik vind dat best een goed teken.

Het plakwerk zit erop. En boy, het is prachtig. Elke keer wanneer Janice en ik ons hoofd ’s avonds vol ongeduld doorheen de voordeur staken en we zagen dat er een nieuw stukje geplakt was, volgden er veel ‘oooh‘-s en ‘aaah‘-s. We vinden onze muren prachtig. Oprecht prachtig. Sterker nog: het zijn de mooiste muren die we ooit hebben gezien. In het begin waren we bang dat pleisterwerk ons duurder zou uitkomen dan alles in gyproc te knallen, maar we zijn ontzettend blij dat we toch voor de combinatie gegaan zijn. In prijs scheelde het alvast niet veel en onze muren zijn een pak steviger dan osb in combinatie met gyproc, dus da’s best een feest.

Met het einde van het pleisterwerk in zicht haalde ik mijn agenda al boven en begon lustig doorheen de weken te bladeren. Ongeduld om te schilderen en te vloeren: check. Ik zou al bijna willen dat we voor tegels hadden gekozen zoals elke Vlaming met een baksteen in de maag, zodat we sneller vloer hadden kunnen leggen. Met het oog op krom trekken van hout zitten we nu wat op het puntje van onze stoel, wachtend op de algemene en doelgerichte aanval-der-vloerleggen. De bakstenen muren zijn net gewit en over enkele weken gooi ik de primer ertegen en dan mag de vloer komen.

0
Sanitairkwesties

Toen we dachten dat we een leuke deal sloten met een leuke sanitairman, hadden we kunnen verwachten dat sommige dingen te mooi zijn om waar te zijn. Na ontelbaar veel keren bellen, smsen en simpelweg koelbloedig stalken kregen we als reply dat ‘hij geen tijd meer had’.

Mil-jaar.

Terwijl Janice luid vloekte, schoot ik in de paniek. Een halfuur later vloekte ik zelf, en schoot Janice in de paniek. Woorden als ‘klootzak‘, ‘incompetente winstjager‘ of simpelweg ‘lul‘ passeerden de revue. Na een uur stilte waren we het er unaniem over eens: it’s for the best. De rust kon weer keren en we konden op zoek gaan naar iemand die wel degelijk communiceerde. Iemand die niet enkel uit was op een stevige portie winst door één of andere zonneboiler en iemand die effectief voor onze deur stond wanneer hij dat beloofde.

Dat nam niet weg dat meneer ons dit nét had laten weten wanneer pleisterman bezig was in ons huis en nog niet alle waterpunten in leven waren geroepen (vandaar ons stalkgedrag, uiteraard. Door meneer sanitair hebben we vorige keer ook onze pleisterman moeten uitstellen. Het zou fijn geweest zijn wanneer er toen een belletje was gaan rinkelen, maar blijkbaar komt wijsheid bij het verbouwen met de maanden.)

3
Deadlinestress

Normaal gezien kwam 1 juli onze pleistermeneer. Misschien nog een geluk dat elektriciteit en sanitair niet meteen in orde was voor 1 juli. Point taken: we hadden het mogelijks sowieso niet gehaald. Ons huis lag 1 juli nog vol torenhoge bergen gyproc die we nog tegen wand en plafond moesten pleuren.

In tussentijd zijn we meer dan een maand verder. Deze week was het zo ver: we stonden ingepland en onze pleisterman staat ’s morgens omstreeks acht uur netjes aan onze deur. De voorbije twee weken waren effectief een race tegen de klok. Waar we dachten dat er enkel nog gyproc tegen de plafonds moest, we alle undercover-nageltjes nog uit de muur moesten trekken en de bakstenen muren nog moesten afborstelen met een staalborstel, moest er in werkelijkheid ineens nog veel meer gebeuren. Plots ontdekte team papa houtworm in onze houten muur aan de kelder, dus er werd snel beslist om dat allemaal af te breken en terug op te bouwen. (‘We’ zijnde de papa’s uiteraard. Wij kregen domme klusjes.) Daarnaast kwam plots het besef dat we binnenkort met een nieuwe vloer onze voordeur niet meer zouden open krijgen, dus dat ding moest er ook uit en worden opgehoogd. (Alsof het niets is, vermoed ik dan soms). Dilemma ‘houden we onze deuren en deurlijsten’ moest ook ineens eindelijk worden opgelost. Toen we onze deuren gingen zoeken, ontdekten we dat er optioneel wat schimmelvorming op die dingen was ontstaan. Een half uur later waren we wat deurlijsten armer en werden we twee maand terug in de tijd gekatapulteerd: onze bovenverdieping was één grote stofwolk en overal lag weer baksteen en puin. Van een minieme demotivatie gesproken.

1
Sanitairperikelen.

Bijna een maand geleden stonden we met vier mensen naar onze vloer te kijken. Mijn ouders, ik, en meneer de sanitairman. Onder de vloer lagen de leidingen. Ergens. Het enige probleem was dat we niet goed wisten waar ze uiteraard lagen. Waar ze gekoppeld werden. Of waar ze überhaupt heen gingen.

“Of onze waterput een overloop had”, vroeg hij. Ik haalde mijn schouders op, dacht bij mezelf dat het makkelijk was geweest als het huis kon praten en zei toen toch maar gewoon: “geen idee.”

“Dichtgooien”, zei hij, waarop wij hoofdschuddend ‘nee’ knikten en besloten te wachten op een fikse regenbui. (Nota: de waterput heeft een overloop.)

Met de buizen onder de vloer werd het een week later de korte pijn. Dat was althans wat ik in eerste instantie dacht. Nadien besefte ik dat het een lange pijn zou worden, toen we uiteindelijk de vloer voor zo’n negen meter bij 38 graden moesten opbreken. Eigenlijk werd het gewoon een trage, onvoorziene dood. Janice en ik speelden duidelijk in alle subtiliteit verstoppertje met onze leidingen. Zij hanteerde met man en macht de beitelhamer en brak al vibrerend alle tegels op. Ik schupte ongeveer 30 centimeter diep over de hele lijn. Piraten zonder schatkaart, daar kwam het eigenlijk op neer. Een paar uur later waren was het leidingnetwerk netjes zichtbaar. We zaten er uitgeput en oververhit naar te kijken alsof we nog nooit zo iets prachtig hadden gezien. Voor ongeveer vijf minuten. Daarna lieten we onze schup meedogenloos op de vloer vallen, stapten we in de auto en reden we naar huis. Ik blies een opblaasboot op, vulde hem met twee emmers ijskoud water en tien minuten later lag Janice er in een zeer oncomfortabele houding afgemat zo’n twee uur lang in te slapen. Net lang genoeg om het water stilaan te laten opwarmen door de ondergaande zon en haar lichaamswarmte.

1
Valreep-solden

De laatste vier dagen van de solden lieten we onze gyproc voor wat het was en schrobden we het stof van ons lijf.

Ik had een lijstje. Een serieus lijstje. Een lijstje met keukentoestellen en tegels. En we aasden op korting. Daar azen we eigenlijk altijd op, maar nu het nog net solden was, gingen we op in de massa die allemaal azen op korting! Gemakkelijk én minder gênant. Win-win.

De dag begon met tegels. En in alle eerlijkheid hou ik trouwens niet van tegels. Ik wil liever geen tegels. Nergens. Gelukkig is Janice het met mij eens en hebben we het idee ‘vloertegel‘ al uit ons hoofd verbannen. Maar de douche, daar leken we niet aan te kunnen ontkomen. Al twee maanden maakt het hart van Janice een sprongetje bij het woord ‘mortex‘ of ‘tadelakt‘. Maar toegegeven: ’t is een beetje boven ons budget. We beseffen ook dat het hele huis optioneel boven ons budget is, maar daar is’t al te laat voor dus we deinen gezellig mee op de renovatiegolf-gekte. En die gekte brengt ons dus bij wandtegels voor de douche. En als ik al dacht dat ik moeilijk was, dan had ik mezelf duidelijk nog niet doorheen een tegelwinkel zien wandelen. 

0
Dampscherm. Damprem. Damp-help

Toen we begonnen aan de verbouwing, leek alles eigenlijk echt heel simpel. Beetje behang afsteken, beetje muren slopen, wat sleuven in de muur voor elektriciteit, vloer erin, keuken erin en klààr.

Na ongeveer een maand hadden we door dat dat allemaal zo simpel nog niet zou zijn. Het zijn kleine dingen. Kleine dingen die aan elkaar vast hangen die zo hard frustreren. En plots nog zo veel meer geld kosten dan je zelf had voorzien. Dan heb ik het eigenlijk nog niet eens over het idee dat we allebei een mening hebben en een visueel plan in ons hoofd over hoe alles eruit moet zien. Dat gepaard gaande met de techniek die moet kloppen is echt nefast.

Èen van die gekke dingen waar we nog nooit van hoorden, was een dampscherm. Toen onze architect zei dat we zeker geen dampscherm mochten vergeten in de studio, hoorden we het in Keulen donderden: ‘damp‘-wat?

We zochten het op. Zoals we eigenlijk elk woord binnen de renovatie opzoeken. (Chance dat we ons nog niet achterlijk voelen, zeg).

1
Werf met slingers

’t Was een mooie zaterdag in juli. Met aanhoudende hitte en fantastische droogte. Het soort dagen waarbij menig Vlaming diep zucht. Zich terugtrekt in huis. Snakt naar een regendruppel. Misschien zelfs airco overweegt. Naar de winkel spurt voor een opblaaszwembad. Nog een keertje zucht.

Ik doe dansjes in mijn hoofd terwijl de zon op mijn hoofd brandt. Geen mooier weer dan dit. We rijden doorheen de Vlaamse velden, op weg naar een shoot die Janice had geregeld. Daarna zouden we ons dampscherm tegen ons plafond in de studio gaan pleuren. Eindelijk. Onze renovatiekleertjes lagen al keurig opgevouwen in de koffer van de auto voor een kledingwissel op de terugweg.

Menig mens weet dat ik geen fan ben van twee dingen: verrassingen (zei er iemand ‘controlefreak’?) en aandacht. Janice wilde eerst via ons huis rijden want ze had onze sanitairman al drie dagen gestalkt of hij de WC in orde zou willen brengen. Ik vloek en ben een beetje kribbig. Altijd bang om te laat te komen op een shoot.

Terwijl ze de hoek omdraaide, claxonneerde ze. Er sprongen zeven individuen uit de bosjes aan ons huis. Ze lachte en zei “Sorry schat, geen shoot vandaag.”

3
Gyprocfeestjes

Ik ga er eerlijk over zijn. De renovatie zorgt voor stress. Veel stress. Onze planning was in eerste instantie echt een pareltje. Ik meen het. Alles helemaal tot in de puntjes afgewerkt voor 1 juli en dan kon de pleisterman zich met tonnen enthousiasme op onze muren storten. In tussentijd konden wij -in een opgeruimde auto zonder duizend kasticketjes van de Gamma en het Bouwpunt, eindelijk degelijk gedoucht, de wenkbrauwen geëpileerd en niet meer gevolgd door een stofwolk- als twee deftige dames richting de winkel trekken om op het duizendste gemakje te soldenshoppen voor een vaatwas, een oven, een dampkap, tien ton verf en hopelijk nog wat vloer.

Niet dus he. De pleisterman hebben we noodgedwongen moeten verzetten omdat de elektriciteit en sanitair op zich lieten wachten en nu zijn we gepromoveerd tot ‘Duracell’-familie eersteklas. Ergens along the way kwam ik zonder auto te zitten waardoor we enkele maanden enkel nog Janice haar bestelbusje hebben. Dat zal betekenen dat ik haar elke dag afzet aan het station, dan naar huis rij, dan mijn papa oppik, dan naar de verbouwing rij, continu mijn mails check, af en toe wat telefoontjes pleeg naar klanten, nadien mijn papa weer thuis afzet, Janice weer ophaal aan het station, mezelf douche, snel eet, en begin aan mijn eigen freelancewerk. Tussendoor speel ik ook taxi voor kleine, onbenullige dingen. Zoals het zoveelste bakje schroeven gaan halen (één der duizend soorten, that’s right) of drie tubes TEC 7 (hoeveel kléuren bestaan daar overigens in? Ik kreeg bijna een crisis toen ik voor het rek stond.)

5
1 2 3 4
Translate »