Satelliet Josie

Dus we wisten eigenlijk al dat wanneer er medisch gezien wat mis kan gaan met die puppy van ons we vrij zeker kunnen zijn dat dat ook zal gebeuren. Het is me een raadsel waarom ze al haar ledematen nog heeft en ze überhaupt nog rond kan dartelen.

Flashback naar die blaasontsteking toen we haar net hadden. Dat verliep na een tijdje op rolletjes. Enfin. Na vier lange maanden en wat extra onderzoeken. (Iemand al eens een puppy zindelijk gemaakt met een chronische blaasontsteking? I dare you, jongens. Als je dat kan, kan je alles.)

Flashback naar toen ze ook eigenlijk niet meer wilde eten voor vier dagen. Waarom blijft ons nog steeds een raadsel. Af en toe besluit ze dat ze eens vier dagen moet vasten. Alsof ze ineens een aanval krijgt van boulimie en besluit dat ze toch graag zo’n drie kilo zou willen afvallen voor haar summerbody. 

Nog een leuke flashback naar toen ze in de herfst in al haar enthousiasme ergens in een put van 5 centimeter met haar achterpoot is beland. Ik zweer het: een pico bello voetbalveld en mevrouw kan één put vinden om erin te stuiken. Goede timing had ze ook, zo net in onze renovatie 2.0 terwijl we drie weken elders logeerden en ze geen trappen mocht doen/niet meer mocht spelen/geen vriendjes mocht zien. Dus ze moest basically gewoon in haar mand liggen en zwijgen. TOPPERIODE.

Kers op de taart anno coronaperiode maart 2020: ze had een nieuwtje gevonden. Volgens haar geniale berekeningen waren haar ogen tot nogtoe buiten spel gebleven. Dus waarom plots geen genetische afwijking laten opduiken waardoor er wimpers naar haar netvlies groeiden en daar zo een wonde van 9mm veroorzaakten? Leek haar duidelijk een puik plan. En zo kwam het dat ik weer na drie weken intensief oogzalf in haar oog te duwen (de twee eerste weken vond ze het nog grappig, de derde week had ze me bijna vermoord met haar blik. Ware het niet dat ze eigenlijk bijna niets meer zag.) nogmaals bij de dierenarts zat.  De oogspecialist dit keer.

Jongens, er bestaat dus een oogspecialist voor dieren. Een nieuwe wereld hier. Ik had me in de wachtzaal al levendig ingebeeld dat mijn golden retriever de aarde zou gaan trotseren met een hipsterbrilletje, maar na tien minuten en wat onderzoeken ondervond ik dat het menens was. Een brilletje was niet aan de orde. Een piratenooglapje leek precies nog meer geschikt.

Of ik morgen niet met spoed terug kon komen voor een operatie, want dat de wonde op haar oogvlies toch al heel erg groot was. Ze heeft distichiasis, zei ze. Dat is dus een synoniem voor ‘foute boel’. Jos keek me meelevend aan terwijl één oog nog dicht plakte met een groene, chemische vloeistof van het onderzoek. Ik kon zien dat ze zich schuldig voelde. Omdat ik buiten moest komen in de coronacrisis. Omdat ik weer twee uur in de auto moest zitten naar een specialist. Omdat ik gewoon mijn portefeuille beter open kon houden voor iedereen die wat cash nodig had.

“Ok, geen probleem”, zei ik.

Een dag later vroeg ik haar in de ochtend of ze mee wilde komen. Vriendelijk, zoals ik dat eigenlijk altijd doe. Ik had haar leiband in mijn hand. Normaal gezien dartelt ze bij die vraag als een brok energie doorheen de keuken en eist ze de leiband rond haar nek tot vervelens toe. Toen niet. Toen ik in haar buurt kwam, drukte ze zich al trillend plat tegen de grond en piepte ze.

I kid you not: sinds dinsdag, 17 maart om 9 uur ’s morgens geloof ik oprecht dat honden een geniaal zesde zintuig hebben òf dat ze dat Vlaams beter begrijpen dan ik denk.

Vier uur later haalde ik haar terug op. Ik had haatdragende gevoelens verwacht, maar toen ze me zag deed ze een sprintje (waardoor de oogarts eigenlijk bijna een serieuze face plant onderging) en wilde ze duidelijk op mijn schoot belanden met haar 26 kilo. Het was best schattig, zo’n kaalgeschoren ros dier met een toegeplakt rechteroog en een linkeroog dat eigenlijk nog niet goed meewilde door de narcose. Ik zeg nu niet dat het beest scheel keek. Maar. Ja. Eigenlijk wel. (hihi)

De wereld met een lampenkap op je hoofd kan niet makkelijk zijn. Ik probeerde het zelf nog niet uit, maar na enkele dagen heb ik zo het gevoel dat er bepaalde moeilijkheden zijn waar je je niet aan verwacht. Trappen doen bijvoorbeeld. Dat is uit den boze. Niet omdat je pas geopereerd bent. Maar eigenlijk vooral omdat het ding rond je nek zo volumineus is dat je geen trappen kàn doen. Of een bocht nemen. Dat lijkt praktisch onmogelijk gezien je tien keer zo lomp bent als voorheen. Of drinken. Dus je bent na enkele uren zo’n uitgedroogd hulpeloos ding dat boven de drinkbak wat heen en weer zit te wiegen in de hoop dat er een vloedgolf komt. Daarnaast is het opmerkelijk moeilijk een snoepje te verorberen: om één of andere reden lijkt dat altijd te verdwalen in je lampenkap waardoor je duidelijk verwoede pogingen doet om te begrijpen waar dat snoepje nu plots heen ging. Een lampenkap kan je overigens ook perfect als schup gebruiken, zo blijkt. Na een wandeling komt Jos steevast weer binnen met een bruine modderlampenkap in plaats van een transparante. Het ideale moment om verstoppertje te spelen naast of achter haar. Dat werd wel niet in alle appreciatie onthaald.

De eerste uren na de operatie moest roskapje ook best wennen aan haar nieuw verlengstuk/satelliet/cone of shame/kegel/lampenkap. Dat deed ze opmerkelijk goed: ze ging gewoon in het midden van onze keuken staan en daar bleef ze ongeveer zes minuten staren naar de grond. Uiteindelijk heb ik haar maar uit medeleven een handje geholpen door me te bukken, in haar ooggebied te gaan hangen en te zeggen dat ze moest gaan liggen. Toen ze mijn gezicht zag kon er een kwispeltje vanaf: ze was weer mee met de zaak. Alsof ze door had dat ik er nog was ondanks de belemmering van haar zicht door de lampenkap. Enkele uren later durfde ze zelfs op eigen initiatief haar hoofd neer te leggen (eureka!).

Jos is ook van het principe ‘dicht, dichter, dichtst’. Needless to say dat ze nu nog meer in de weg staat dan anders. Ook in slaap vallen op je schoot heeft een andere dimensie gekregen. Ze trekt er zich uiteraard zelf niets van aan dat haar nieuwe volumineuze vriend gewoon je hele zicht belemmerd.

Nog enkele dagen die satelliet rond haar nek, zes keer per dag zalf in het oog peuteren, massa’s infectietabletten laten doorslikken en dan ontdoen we haar van haar gevangenschap. We durven nu al zeggen dat ze hem vast zal missen, haar cone of shame. Ze draagt hem met trots (vooral tijdens de wandelingen). En wanneer andere honden naar haar kijken op straat sist Janice luid ‘dat ze het niet moeten wagen om ons kind uit te lachen’ terwijl Jos met opgeheven hoofd luchtig verder paradeert met een wiebelende kegel rond haar nek en een oog dat gemolesteerd werd.

Maar ze is nog altijd heel erg mooi, onze dramaqueen eerste klas.

 

0

Leave a Reply

Translate »