Monthly Archives:

mei 2018

Isolatie & blauwe dorpels

Toen we een tweetal weken geleden besloten om plots de veranda mee in het huis te integreren voor ‘een prijsje’, waren we blij. Blij en een beetje afwachtend. Mijn autistische zelve is, zoals eerder vermeld, een ramp met impulsieve, grote beslissingen. Laat dat nu net iets zijn waar er dezer dagen in veelvoud wat van aan is.

Bij dat aannemersprijsje van de veranda bleef het niet. We hadden dat kunnen weten, maar zagen toen eventjes enkel een groter huis met grote ramen en een mooi zicht op de tuin. Wat was ons onwetende zieltje vergeten, vraagt u? Extra metselwerk. Bakstenen dus. 57 cent per exemplaar. Alstublieft. En een pak meer raam. (En dus een pak meer centen). En ook: isolatie. Véél isolatie. In de grond begod. Ik bedoel; daar heb ik visueel niet eens geniet van. Die mooie xps-isolatie dient in mijn achterhoofd momenteel alleen maar om onze bankrekening nog meer te plunderen. En ytong-stenen. Voor bovenop onze isolatie. Zodat je’m zéker niet meer ziet. Roofing. Extra cement. En dus extra zand. Geen twee zakken, he. Maar begod zes-tien. Als het inmiddels al niet meer zakken werden. Ons huis vréét cement en zand. Ik zweer het.

0
Negen dagen

Ergens tussen het kopen van de isolatie en het leggen van de dorpels, kwam stilaan het besef dat de uitgaven van 400 euro en 300 euro en 600 euro en 289 euro in Bouwpunt serieus aan het oplopen waren.

Bij het eerste factuur van 400 euro, slikten we en werden er vervloekingen doorheen ons hoofd gekatapulteerd: zo-veel-geld. Na ons vijfde bezoekje waren we al veel meer kwijt dan 1000 euro en kon het ons nog maar weinig schelen. Tot er een moment van stilte kwam in ons hoofd.

Toen ik op een werkdag enkele meetings aan onze keukentafel in Hasselt had geregeld, rekende ik tussendoor uit hoeveel huur we tot augustus nog moesten betalen in het huis waar we nog amper zaten. Hoeveel kosten voor Telenet we nog moesten betalen terwijl we eigenlijk geen tijd meer hadden om TV te kijken. Toen bedacht ik hoe stom we waren geweest enkele maanden geleden. Het was een donkere dag in januari en ik was voor de duizendste keer vluchten aan het opzoeken.

0
Licht

Het is 9 mei. Dat zal betekenen dat we bijna een maand aan het renoveren zijn. Toen de Slovaken de muren eruit klopten en de poutrels aan het steken waren, dacht ik: “hupla! Elektriciteit en sanitair erin en KLAAR!”

Zo werkt dat dus precies niet. Plots moet je niet enkel nadenken over waar in huis je stopcontacten en schakelaars wil. Tot daartoe. Daar waren we nog helemaal mee. Maar plots vraagt de elektriciteitsman ook of je fan zal zijn van domotica, of je spots wil, wààr je die spots wil, hoéveel spots je wil en wat voor verlichting je eigenlijk wil plaatsen.

Stop. Halt.

Tot nogtoe huppelden wij (= de leken. De sukkeltjes. De bedorven verwende nesten) altijd vrolijk van huis tot huis. We woonden thuis, gingen daarna op kot, en verwisselden eens van kot. En even later verwisselden we nog eens. En nog eens. En misschien nog eens (Ik verhuis nogal graag.) Uiteindelijk zijn we beland in een mooi, wit, zonovergoten, klein huis. En overal kwam je binnen en duwde je op het knopje. Niet nadenken. Check. Licht. Klààr!

0
Open ruimtes

Ons eerste grote idee in het huis was; ‘open ruimtes’. Zelfs nog voor we het nut van poutrels konden verklaren of van hun bestaan afwisten. Toen we met ons twee in het huis stonden, gingen we al denkbeeldige muurtjes uitkloppen en was ons huis één groot, open vlak.

Tot we ontdekten dat daar aardig wat poutrels voor nodig waren. En dus aardig wat budget. Een maand later lachen we eens goed met onze onwetendheid van toen. Wat veel mensen ons toen ook vertelden, was dat we nooit zo snel een aannemer zouden vinden. Wanneer we zeiden dat onze deadline ‘1 augustus‘ was, waren er bijzonder veel mensen die in hun vuistje lachten en met spot zeiden: “vergeet dat maar, op een aannemer moet je minstens vier maanden wachten”. 

Misschien is dat echt zo. Misschien hadden wij gewoon veel geluk. Twee weken geleden stonden er vijf aannemers in ons huis, en kozen we onze favoriet er met heel veel zorg uit. Nu, twee weken later, stond hij voor onze deur op een mooie woensdagochtend. Met vier Slovaken in zijn kielzog en met heel veel goesting om eraan te beginnen. Op voorhand hadden we ons al mentaal schrap gezet. Zelf een container besteld (budgettair denken) en die zou geleverd worden om 10.30 uur. De aannemer legde met veel gebaren en een fantastisch Engels accentje uit wat er moest gebeuren. We zien hem graag, die aannemer van ons. Hij gniffelt leuk en geen uitdaging is hem te veel. Hij kan ook lachen met de grapjes van Janice. Dat vinden we een grote meevaller.

1
Afbraak.

Mijn lief zaagt al zo’n drie jaar aan mijn hoofd. Soms luid en duidelijk. Soms subtiel fluisterend in een hoekje. Dat ze toch eens graag wilde zien hoe ze met een bros stond. Telkens zo’n gesprek in de verte naderde, zag ik al waanbeelden van een bijna-kale-butch met een geruit hemdje en een bungelende sigaret in de mondhoek. En dus ook een kaalgeschoren hoofd.

Maar ik moet ook eerlijk zijn. Mijn lief rookt niet en ze heeft eigenlijk ook geen geruite hemdjes. Niet dat het dat was wat mij over de streep trok. Toegegeven: niets heeft mij over de streep getrokken. Niet haar pruillip toen ze praktisch met tondeuse voor mijn neus stond en ook niet haar eeuwige ‘zou mij dat niet staan? Ik denk dat ik een mooie schedel heb!’. Zelfs niet haar ‘mijn haar is ongezond, het zou eraf moeten’ of ‘ik heb nu geen geld met die renovatie om mijn haar weer grijs te laten kleuren, de tondeuse moet er echt in. Hebt ge mijn uitgroei al gezien!’

Mijn standpunt bleef door de voorbije maanden en weken hetzelfde: ik zou er geen fan van zijn, en ik zou er niet verantwoordelijk voor zijn. Maar na een tijdje nam ik er onbewust vrede mee. 

0
Translate »